Natuurbeschermingswet 1998
Uit Milieuhulp
- Meld ons ook ontbrekende of incorrecte informatie.
| Valt onder thema: | |
| Bevat thema: | |
| Overige verwante pagina's: |
|
Intro
AlgemeenDe Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet 1998) heeft oude Natuurbeschermingswet 1968 vervangen.
Doel van de Natuurbeschermingswet 1998 is het geven van wettelijke bescherming aan terreinen en wateren met bijzondere natuur- en landschapswaarden. Met de Natuurbeschermingswet 1998 zijn de internationale natuurbeschermings-verplichtingen (bijv. Verdrag van Ramsar, Vogel- en Habitatrichtlijn) in de nationale wetgeving verankerd.
De wet biedt de juridische basis voor het Natuurbeleidsplan, de aanwijzing van te beschermen gebieden en landschapsgezichten, vergunningverlening, schadevergoeding, toezicht, handhaving en rechtsbescherming.
De wet onderscheidt drie typen te beschermen gebieden:
- Beschermde natuurmonumenten die op grond van nationale criteria bescherming verdienen. Via de volgende link Deze link werkt niet kunt u nagaan welke gebieden beschermde natuurmonumenten zijn.
- Natura 2000-gebieden, dit zijn de gebieden die op basis van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn aangewezen, De Europese Unie heeft het initiatief genomen voor Natura 2000, een netwerk van beschermde natuurgebieden in Europa. Het doel is de biodiversiteit in Europa te behouden en herstellen. Nederland draagt met 161 gebieden bij aan dit netwerk met een totale omvang van circa 1 miljoen hectare. In Nederland zijn de Natura-2000 doelen vastgelegd in het doelendocument. Dit is een beleidsdocument met doelen op zowel landelijk als op gebiedsniveau.
Voor het bereiken van de Natura 2000-doelen kent de Natuurbeschermingswet 1998 drie instrumenten:
* de aanwijzing van natuurgebieden op basis van aanwijzingsbesluiten, * de uitwerking van de doelstelling in de beheersplannen, * in een natuurgebied kan alleen een activiteit of plan worden gerealiseerd als daar een vergunning, voor is verleend.
- gebieden die op grond van andere internationale verplichtingen worden aangewezen, zoals Wetlands.
Zie ook Aanwijzingsbesluiten. De procedure van de aanwijzing van natuurgebieden is geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998 en de Algemene wet bestuursrecht. Vanaf het voorjaar van 2006 zijn procedures gestart tot aanwijzing of herziening van de aanwijzing van 161 Natura 2000-gebieden op grond van de Natuurbeschermingswet. De aanwijzingsbesluiten hebben in principe een onbepaalde looptijd. Op basis van evaluaties kunnen de besluiten wel worden herzien.
De minister van EL&I is bevoegd tot het aanwijzen van een gebied tot Beschermde natuurmonumenten of het aanwijzen van een Natura 2000-gebied ter uitvoering van de Vogel- en Habitatrichtlijn van de Europese Unie.
Een gebied dat zowel beschermd natuurmonument was als Natura 2000-gebied is vandaag de dag alleen nog beschermd als Natura 2000-gebied. Voor sommige handelingen in of nabij een beschermd natuurgebied is een vergunning nodig.
Vergunning
Op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 moet worden beoordeeld of een vergunning nodig is voor activiteiten in Natura 2000-gebieden en in de beschermde natuurmonumenten. Die beoordeling is ook nodig voor activiteiten die buiten het beschermde gebied plaats zullen vinden, maar gevolgen kunnen hebben voor de natuur binnen het gebied (externe werking).
In een apart besluit (een AMvB op grond van artikel 16 en 19 d van de Natuurbeschermingswet) is de taakverdeling tussen Rijk en provincie opgenomen met betrekking tot vergunningverlening. In de meeste gevallen is de provincie, waarin het gebied ligt, het bevoegd gezag om vergunningen te verlenen en te handhaven.
Als er voor een activiteit niet alleen een Natuurbeschermingsvergunning nodig is, maar ook een omgevingsvergunning, wordt de laatste alleen verleend als de provincie (of het Rijk) een verklaring van geen bedenkingen heeft verleend.
Naast de Natuurbeschermingswet blijven beschermingskaders op grond van de EHS en de Wro (bestemmingsplan) gelden.
Procedure vergunningverlenging
In beginsel zijn gedeputeerde staten van de provincie bevoegd om de vergunning te verlenen, te wijzigen, in te trekken of te weigeren.
De aanvrager van de vergunning moet het belang van de aanvraag motiveren. De ontvangst van de aanvraag wordt schriftelijk bevestigd. Binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag moeten gedeputeerde staten beslissen. Deze termijn kan 1 keer worden verlengd.
Gedeputeerde staten zenden een afschrift van het verzoek om vergunning aan burgemeester en wethouders van de gemeenten waarin de handeling plaatsvindt. Zij kunnen binnen acht weken hun zienswijze naar voren brengen.
Van het besluit tot verlening (of tot wijziging of intrekking) van de vergunning wordt kennis gegeven in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op andere geschikte wijze. Belanghebbenden kunnen hiertegen bezwaar indienen en vervolgens beroep bij de Raad van State aantekenen.
Lees meer
- over de wettekst van de Natuurbeschermingswet 1998 op de site van overheid.nl (zoek op 'natuurbeschermingswet 1998').
Basisinformatie
| FAQ | Aktieradius | Subthema | Organisatie | W |
|---|---|---|---|---|
| Wat is de relatie tussen vergunning Wet Milieubeheer en Natuurbeschermingswet 1998 toetsing? | Landelijk | Regiegroep Natura 2000 | – | |
| Natuurbeschermingswet | Landelijk | Beheergroep Milieuhulp | – |
Wetten, regels en beleid
| Link | Aktieradius | Organisatie | Soort |
|---|---|---|---|
| Checklist Vergunningverlening Natuurbeschermingswet 1998 | Landelijk | Regiegroep Natura 2000 | Checklist |
| Natuurbeschermingswet | Provinciaal | Provincie Noord-Brabant | Info item |
| Natuurbeschermingswet 1998 | Landelijk | Overheid.nl | Info item |
| Van Organisatie | Heeft URL | |
|---|---|---|
| Links:Checklist Vergunningverlening Natuurbeschermingswet 1998 | Organisatie:Regiegroep Natura 2000 | www.natura2000.nl/pa... |
| … overige resultaten | ||
Wat kan ik doen?
| FAQ | Aktieradius | Subthema | Organisatie | W |
|---|---|---|---|---|
| Hoe doe ik een melding inzake de Natuurbeschermingswet? | Landelijk | Brabantse Milieufederatie (BMF) | 1 |
| Documenten | Aktieradius | Organisatie | Type |
|---|---|---|---|
| Voorbeeldbrief Melding inzake Natuurbeschermingswet | Landelijk | Brabantse Milieufederatie (BMF) | Overig |
N User:MOOIjohnV 2011/04/18 Algemeen De Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet 1998) heeft oude Natuurbeschermingswet 1968 vervangen.
Doel van de Natuurbeschermingswet 1998 is het geven van wettelijke bescherming aan terreinen en wateren met bijzondere natuur- en landschapswaarden. Met de Natuurbeschermingswet 1998 zijn de internationale natuurbeschermings-verplichtingen (bijv. Verdrag van Ramsar, Vogel- en Habitatrichtlijn) in de nationale wetgeving verankerd.
De wet biedt de juridische basis voor het Natuurbeleidsplan, de aanwijzing van te beschermen gebieden en landschapsgezichten, vergunningverlening, schadevergoeding, toezicht, handhaving en rechtsbescherming.
De wet onderscheidt drie typen te beschermen gebieden:
- Beschermde natuurmonumenten die op grond van nationale criteria bescherming verdienen. Via de volgende link Deze link werkt niet kunt u nagaan welke gebieden beschermde natuurmonumenten zijn.
- Natura 2000-gebieden, dit zijn de gebieden die op basis van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn aangewezen, De Europese Unie heeft het initiatief genomen voor Natura 2000, een netwerk van beschermde natuurgebieden in Europa. Het doel is de biodiversiteit in Europa te behouden en herstellen. Nederland draagt met 161 gebieden bij aan dit netwerk met een totale omvang van circa 1 miljoen hectare. In Nederland zijn de Natura-2000 doelen vastgelegd in het doelendocument. Dit is een beleidsdocument met doelen op zowel landelijk als op gebiedsniveau.
Voor het bereiken van de Natura 2000-doelen kent de Natuurbeschermingswet 1998 drie instrumenten:
* de aanwijzing van natuurgebieden op basis van aanwijzingsbesluiten, * de uitwerking van de doelstelling in de beheersplannen, * in een natuurgebied kan alleen een activiteit of plan worden gerealiseerd als daar een vergunning, voor is verleend.
- gebieden die op grond van andere internationale verplichtingen worden aangewezen, zoals Wetlands.
Zie ook Aanwijzingsbesluiten. De procedure van de aanwijzing van natuurgebieden is geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998 en de Algemene wet bestuursrecht. Vanaf het voorjaar van 2006 zijn procedures gestart tot aanwijzing of herziening van de aanwijzing van 161 Natura 2000-gebieden op grond van de Natuurbeschermingswet. De aanwijzingsbesluiten hebben in principe een onbepaalde looptijd. Op basis van evaluaties kunnen de besluiten wel worden herzien.
De minister van EL&I is bevoegd tot het aanwijzen van een gebied tot Beschermde natuurmonumenten of het aanwijzen van een Natura 2000-gebied ter uitvoering van de Vogel- en Habitatrichtlijn van de Europese Unie.
Een gebied dat zowel beschermd natuurmonument was als Natura 2000-gebied is vandaag de dag alleen nog beschermd als Natura 2000-gebied. Voor sommige handelingen in of nabij een beschermd natuurgebied is een vergunning nodig.
Vergunning
Op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 moet worden beoordeeld of een vergunning nodig is voor activiteiten in Natura 2000-gebieden en in de beschermde natuurmonumenten. Die beoordeling is ook nodig voor activiteiten die buiten het beschermde gebied plaats zullen vinden, maar gevolgen kunnen hebben voor de natuur binnen het gebied (externe werking).
In een apart besluit (een AMvB op grond van artikel 16 en 19 d van de Natuurbeschermingswet) is de taakverdeling tussen Rijk en provincie opgenomen met betrekking tot vergunningverlening. In de meeste gevallen is de provincie, waarin het gebied ligt, het bevoegd gezag om vergunningen te verlenen en te handhaven.
Als er voor een activiteit niet alleen een Natuurbeschermingsvergunning nodig is, maar ook een omgevingsvergunning, wordt de laatste alleen verleend als de provincie (of het Rijk) een verklaring van geen bedenkingen heeft verleend.
Naast de Natuurbeschermingswet blijven beschermingskaders op grond van de EHS en de Wro (bestemmingsplan) gelden.
Procedure vergunningverlenging
In beginsel zijn gedeputeerde staten van de provincie bevoegd om de vergunning te verlenen, te wijzigen, in te trekken of te weigeren.
De aanvrager van de vergunning moet het belang van de aanvraag motiveren. De ontvangst van de aanvraag wordt schriftelijk bevestigd. Binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag moeten gedeputeerde staten beslissen. Deze termijn kan 1 keer worden verlengd.
Gedeputeerde staten zenden een afschrift van het verzoek om vergunning aan burgemeester en wethouders van de gemeenten waarin de handeling plaatsvindt. Zij kunnen binnen acht weken hun zienswijze naar voren brengen.
Van het besluit tot verlening (of tot wijziging of intrekking) van de vergunning wordt kennis gegeven in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op andere geschikte wijze. Belanghebbenden kunnen hiertegen bezwaar indienen en vervolgens beroep bij de Raad van State aantekenen.
Lees meer
- over de wettekst van de Natuurbeschermingswet 1998 op de site van overheid.nl (zoek op 'natuurbeschermingswet 1998').


