InterneFAQ:Vergunning natuurbescherming
Uit Milieuhulp
| Organisatie: | |
Gemeente:
Trekker: Meeschrijver:
Laatste update:
Onderwerp onder thema:
Aktieradius:
Locatie:
Plek:
Natuurgebied:
Waardering:
Status:
Webadres:
| |
De Natuurbeschermingswet 1998, art. 19d, bepaalt dat het verboden is om projecten of andere handelingen te realiseren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen (die vastliggen in het Aanwijzingsbesluit voor het gebied) de kwaliteit van habitats en soorten in een Natura 2000 gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor het gebied is aangewezen (de zgn. kwalificerende soorten). De vergunningplicht geldt zowel in als buiten het gebied ("extrerne werking").
Is er kans op een significant effect, dan moet er door de initiatiefnemer een "passende beoordeling" worden uitgevoerd van de effecten, gespecificeerd naar alle habitats en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Kan de passende beoordeling een significant effect niet uitsluiten (voorzorgbeginsel!), dan kan de vergunning alleen worden verleend bij ontbreken van alternatieven, om dwingende redenen van groot openbaar belang en als verzekerd is dat nadelige effecten (fysiek) gecompenseerd worden ("ADC-criteria"). Zie voor deze criteria art. 19 e-h Natuurbeschermingswet 1998.
De vergunning kan ook worden verleend onder beperkingen en voorwaarden, om de effecten te beperken en significante effecten te kunnen uitsluiten.
Is er wel een effect, maar zeker niet significant, dan wordt de vergunning verleend na uitvoering van een verslechterings- en verstoringstoets. Deze toets is minder indringend dan de passende beoordeling. Ook hierbij kunnen voorwaarden en beperkingen aan de aangevraagde activiteit worden gesteld.
In de praktijk worden verreweg de meeste vergunningen verleend, vaak onder voorwaarden.
De vergunning wordt in beginsel verleend door gedeputeerde staten (provincie). In het Besluit vergunningen Nbw 1998 is aangegeven voor welke projecten en handelingen de minister van LNV bevoegd is tot het verlenen van de vergunning. In alle overige gevallen dan in het Besluit vergunningen Nbw 1998 is Gedeputeerde Staten bevoegd. Hier bespreken we alleen de procedure voor de vergunningverlening door gedeputeerde staten. Zie verder de brochure "Algemene Handreiking Natuurbeschermingswet 1998" van het [Ministerie van LNV].

